Degemer mat – Dwalen door l’Abbaye de Beauport


Op 4 september 2021 zetten we weer voet op Bretonse grond. Het was onze zevende keer. Voor de vierde keer bezochten we het stukje Côte d’Armor tussen de steden Perros-Guirec en Saint-Brieuc. We hadden zo veel gezien tijdens vorige bezoeken en anderzijds nog niets. Bijna alles viel nog te ontdekken en te ervaren. We hadden hiervoor zes dagen de tijd. Veel te weinig.
Bovenaan ons lijstje stond een bezoek aan de abdij van Beauport, een middeleeuwse site die al eeuwenlang bezoekers ontvangt.

De foto’s in dit blogbericht zijn van Stef en van mezelf.

Glunderend aan de minibibliotheek van de abdij van Beauport.

Degemer mat

Wie Bretagne bezoekt, ziet ze her en der in het straatbeeld opduiken: de borden met ‘Degemer mat’ (spreek uit [dég-émèr ma-t]. Met deze uitdrukking heten de Bretonnen de bezoekers van hun regio welkom.

Ook in de streek tussen Perros-Guirec en Saint-Brieuc leeft de oeroude Bretonse taal voort. Als bezoeker van de regio word je gelukkig wel in het Frans aangesproken, een enkele keer ook in het Engels als je accent verraadt dat je niet Franstalig bent.

A room with a view.

Abdijbezoek

Een site die eeuwenlang gasten verwelkomde en dat nog steeds doet, is l’Abbaye Notre-Dame de Beauport in Kérity (Paimpol). Het landgoed (met o.a. bos, weilanden, moerassen en kuststrook) strekt zich uit over 110 hectare aan de Côte de Goëlo.

In september vorig jaar was de abdij van Beauport de eindhalte van onze tocht over de ‘Route des falaises’. Deze route leidde ons van het centrum van de stad Saint-Quay-Portrieux naar het noordwesten, over duizelingwekkend hoge kliffen, de hoogste van Bretagne.

Vorig jaar arriveerden we net voor sluitingstijd aan de abdij. Zonder ticket konden we wel nog de strakke tuin aan de straatkant bezoeken. Dus maakten we foto’s van de rozen en keken we binnen door nissen in de abdijmuren, die in een ver verleden nog ramen droegen. We wandelden naar het strand en sloten de dag af met het fotograferen van onze reflecties en schaduwen op het zand en van een vlucht laag overvliegende ganzen.

Dit jaar waren we beter voorbereid.

Doorkijk van de kloostertuin naar de ruïnes van de refter.
In de kloostertuin nestelen duifjes.

Eeuwenoud partrimonium

In 1202 werd de abdij van Beauport gesticht  door Alain de Goëlo, graaf van Penthièvre. In het foldertje dat we meekrijgen aan het onthaal, lees ik dat de graaf met deze vrome daad de zielsrust van zijn ouders in het hiernamaals wou bewaken.

Voor de bouw van zijn abdij koos hij een heel bijzondere plek uit: een beschutte baai vlakbij de stad Paimpol. Deze strategische ligging maakte op termijn zowel binnenlandse als overzeese handel mogelijk.

Doorkijk naar de kloostertuin.

De abdij en haar bewoners kenden een lange glorieperiode, gevolgd door zware tegenslagen. In de 17e eeuw volgde er een heropleving. Tijdens de Franse Revolutie werden de kanunniken verdreven. De abdij lag er verlaten bij totdat de bouwen heringedeeld werden en burgers er hun intrek namen. In 1862 werd de oude abdij erkend als Historisch Monument.

Ik vind het een heerlijke plek, ten midden van al dat groen en met zicht op zee en een rij eilandjes. De zeebries heeft een verkoelend effect op de warmte die vastgehouden wordt tussen de hoge abdijmuren.

Ruïne van de voormalige abdijkerk.

Compostela en de sint-jakobsschelp

De kanunniken die begin 13e eeuw hun intrek namen in de abdij, vingen er Compostela-gangers uit Cornwall, Schotland en Ierland op.

Op een hoek van het huidige administratiegebouw staat een gebeeldhouwde sint-jakobsschelp symbool voor het nulpunt van de Compostela-route. Deze site is een van de vijf Bretonse startpunten van de route. Wie hier vertrekt, kan een echte sint-jakobsschelp aan zijn rugzak bevestigen want met wat geluk vind je lege schelpen terug langs de kuststrook.

In het nabijgelegen Paimpol, en in twee andere steden aan de baai van Saint-Brieuc, wordt op deze Saint-Jacques gevist. Dat doen ze met speciale boten, coquilliers genoemd. Elk jaar in april wijden de drie steden ook een feest aan deze plaatselijke delicatesse.

Ook wie het kustpad, de GR 34, bewandelt van Paimpol naar Saint-Quay-Portrieux, passeert langs de abdij.

Detail van het hertogsgebouw.
Het hertogsgebouw is groots. Waarschijnlijk ontvingen de kanunniken hier de reizigers die de abdij bezochten.

Een fascinerende plek

Trotter, onze vaste reisgids, weidt maar een kort stukje aan de abdij van Beauport. ‘Zonder meer een fascinerende en romantische plek’, lees ik erin. Ik treed de auteur graag bij.

Ruïnes van eeuwenoude abdijen fascineren me. De brokkelige, hoge muren waarbinnen vele levens geleefd werden en de sierlijke bogen waar het glas al lang uit verdwenen is. Dan zijn er nog die lange kloostergangen, de vele mysterieuze hoekjes en kantjes en de mooi uitgewerkte details in de gevels.

En dan die kloostertuinen. Hier sober met wat buxus, een paar religieuze beelden en een enkele sierlijke boom. Daar dan weer fleurig, met geurige, geneeskrachtige kruiden.

De abdij van Beauport heeft het allemaal.

Planten als fuchsia’s en hortensia’s zorgen voor roze accenten in de kleine, ommuurde tuintjes.

Tuin

Tijdens ons bezoek vind ik een dikke, groene vijg. Hij ligt verloren op de stenen vloer van de voormalige abdijkerk. In een kleine, ommuurde tuin tegen de lange buitenmuur van de kerk, ontdekken we imposante vijgenbomen, hun stammen dik als olifantspoten. In hun nabijheid groeien appelbomen. Eeuwen geleden teelden de kanunniken hier al appels waarvan ze cider maakten.

Door de spijlen van een stalen hek gluren mensen de tuin in. Ze maken foto’s van de bomen en van de buitenmuur van de kerk. Het ligt op mijn lippen om hen toe te roepen: ‘Koop een ticket en kom binnen rondkijken! Het is hier echt de moeite waard.’ Maar hoe zeg ik dat nu weer in het Frans? Ik zoek nog naar mijn woorden als de mensen weer verder wandelen.

Detail van decoratie in de abdij van Beauport.

Memorabele momenten

Uren dwalen we rond op de site. De buitententoonstelling over bomen slaan we over. We maken nog een wandeling door de ommuurde fruittuin en ontdekken daar een minibibliotheek. Mijn hart maakt een sprongetje als ik de deuren van het kleine houten huisje opensla en de vakken zie met boeken over bomen. Franstalige boeken weliswaar maar wat zou ik er graag door bladeren als we de tijd ervoor hadden. In de zijkant van het huisje ontdekken we twee opgevouwen tuinstoelen die zich perfect lenen voor het lezen van een boek met zicht op de tuin.

We kiezen ervoor om naar het tuincafé te gaan dat over een halfuurtje sluit. Van al dat rondwandelen kregen we dorst. Het terras van ‘L’herbe folle’ zit vol. We krijgen een plaats toegewezen dichtbij de abdijmuur: een rustieke bank van paletten, afgewerkt met dikke kussens.

Ik bestel het appelsap van het huis, geperst uit appels van de abdij. Heel lekker! We delen een Bénédi’citron, een gebakje van een hard koekje met schuimpjes van limoen en citroen. Wat een hemels genoegen! Het is de perfecte afsluiter voor een namiddag dwalen door een pracht van een abdij.

Appelbomen zijn onlosmakelijk verbonden met de abdij.

Weetjes

De abdij van Beauport is van oudsher gelinkt aan Normandië en het Engelse Dorset. Ook voor de rijke decoratie van de abdij liet de bouwheer zich inspireren door deze streken.

Voor de bouw van de abdij werden vier soorten steen gebruikt waaronder la Pierre de Caen, een gemakkelijk bewerkbare kalksteen uit de Normandische stad Caen, en le Tuffeau vert, een zacht vulkanisch gesteente dat lokaal gedolven werd en een groene glans krijgt door wrijving.

Sinds 1992 is het landgoed van Beauport eigendom van Le Conservatoire du Littoral. Deze Franse openbare organisatie heeft als doel om bedreigde stukken Franse kust te beschermen, ze duurzaam te ontwikkelen en toegankelijk te maken voor bezoekers om zo het milieubewustzijn te vergroten bij het publiek.

Decoratieve elementen sieren ook de dakkapellen.
Decoratief element in een gevel.

Praktisch

Plan je een reis naar Bretagne en wil je de abdij van Beauport graag bezoeken? Raadpleeg dan eerst de kalender op de website van de abdij.

Ook de kuststrook aan de abdij is de moeite waard. Trek zeker voldoende tijd uit voor een verkenning van de abdij en de omgeving.

Horeca vind je op 5 minuten rijden in Paimpol aan de haven. Aanraders: Quai Ouest (voor de meer traditionele Franse cuisine) en La Cabane sur les Qaies (voor de iets exotischere gerechten/fusion). Te voet ben je er op een halfuur.
Voor een zonnige pauze met een drankje en heerlijk gebak van Atelier Corentin kan je terecht bij tuincafé ‘L’herbe folle’, vlak bij de ingang van de abdij.

Detail van de minibibliotheek met links twee opgeklapte leesstoelen.
  • 3 October 2021
  • 0

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.