Winterse silhouetten


Ik schreef dit in de late namiddag terwijl de mist opnieuw een deken over de wereld uitspreidde. Contouren van gebouwen en bomen aan de overkant van de straat vervaagden.

Winter.


Winter en lente

Als student had ik een hekel aan de winter. Ik kon echt hevig verlangen naar de lente. Naar het eind van vorst en kou. En vooral naar nieuwe, frisse blaadjes aan de bomen.

Het was zelfs zo erg dat ik op mijn kot een foto tegen de muur geprikt had. Daarop enkele bomen en een spreuk van Bond zonder Naam: ‘Treur niet om de blaadjes, de bomen staan er nog’. Naar deze foto heb ik menig avond zitten staren, als het verlangen weer te groot werd.

Van alle seizoenen hou ik het minst van de winter, nog altijd. Ik kan niet goed tegen koude. Ik hou niet van ijzige toestanden (vooral niet als ik de weg op moet) en ook niet van donkere, korte dagen.

Ik heb de mooie kanten van de wintermaanden wel leren appreciëren. Zo kan ik wel eens genieten van sneeuw. Ik hou ook van winterse taferelen met rijp en vorst én van winterluchten.

En winter of geen winter, ik blijf wandelen.


Tekenen

Dat er geen blaadjes aan de bomen hangen heeft zo zijn voordelen.

In de winter staar ik dikwijls vol bewondering naar de naakte silhouetten van bomen. Al hun knoesten, barsten, bulten en kronkels stellen ze tentoon. Er is niets om ze achter te verbergen.

Ook als kind werd ik betoverd door die winterse silhouetten. Op zwart tekenpapier tekende ik met potlood stillevens met loofbomen. In mijn verbeelding had het net ervoor gesneeuwd. Van die plakkerige sneeuw waarmee je goed sneeuwmannen kan rollen. Met een wit potlood kleurde ik de sneeuw die kleefde op de takken en de stammen van de bomen. Op de straatlantaarns en de hekken, die ik ook tekende. Verstilde landschappen, wit op zwart.

Zoveel jaren later teken ik nog zelden. Al droom ik ervan om het terug op te nemen. Het geeft op een andere manier invulling aan wat ik wil vastleggen. Fotografie kan dat ook maar soms mis ik het, dat tekenen.


De oude wilg.

Mist

Gisterennamiddag maakte ik een wandeling in onze buurt. Dat doe ik de laatste weken wel vaker. En elke keer merk ik andere dingen op. De wereld is elke dag anders. Mijn blik is elke dag anders.

Gisteren was de zon een blinkende schijf in de witgrijze lucht. De ochtendmist was plaatselijk blijven hangen. Die mist gaf de wereld een gelaagdheid. Bomen dichtbij staken donker af tegen de lichte achtergrond. Bomen iets verderop waren deels zichtbaar. Van wat erachter school ving ik niets op of slechts een glimp.


Kromgebogen populieren in de winterzon.

De gebogen populieren, de oude wilg, de maretak, ze kwamen meer dan anders tot hun recht. Hun schoonheid werd nog meer benadrukt.

Even was er blauw in de lucht.

Ik stond stil om het landschap op mij in te laten werken. Om nog beter te kijken.
Tot ik de koude weer voelde en verder moest.


Op een paal vlakbij zat een merel. Hij zag me wel maar bleef waar hij was. Samen keken we naar het landschap.
  • 22 January 2020
  • 0

YOU MIGHT ALSO LIKE

Klokjes en koude in Kerniel
February 25, 2018
Verrassende Blogwandeling – wintereditie
January 24, 2018

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.